![]()
Drie jaar geleden ben ikzelf begonnen met het vullen en bouwen van mijn digitale portfolio, Inmiddels heb ik 2 up to date portfolio’s: bekwaamheidsdossier en een presentatie portfolio waarmee ik mezelf in de etalage zet.
Naast de eigen PF’s ondersteun ik collegae en studenten bij het nadenken over en werken aan het portfolio. (technisch, inhoudelijk en graag ook onderwijskundig).
Chiel van de Wiel krijgt vandaag zijn portfolio’s en ik begon met de lijst documenten waarvan docenten vinden dat ze in het portfolio aanwezig moeten zijn. Resultaten van theorietoetsen? Diploma’s? Alle n.a.w gegevens?
Allereerst vraag ik me steeds af, wat willen we met dat leerling-portfolio? Meedoen aan de mode? Een schaduw leerling administratie? Doordat veel collegae het ELO niet inzetten als leer- maar als communicatie omgeving is er ook geen verbinding tussen leren en portfolio opbouw. (opdrachten en reflectie eerst van feedback voorzien in een ELO dan plaatsen in PF bijvoorbeeld).
Waarom gaan docenten nu niet eerst eens aan de slag met een eigen portfolio en besluiten ze gaandeweg wat zij zichtbaar willen maken. Maximaal haalbare bij ons was de laatste periode een CV in Word per mail aan HRM, met heel veel weerstand.
Van leerlingen wordt verwacht dat echt hun hele hebben en houden zichtbaar (gedeeld) is maar wat is de meerwaarde voor de leerling en voor zijn loopbaan in school?
Welke portfolio’s ga je inzetten en wat is de waarde daarvan, waar vind beoordeling plaats en wanneer? Maken we van het portfolio niet ineens een doel in plaats van een middel?
Er is ook veel weerstand tegen een digitaal portfolio terwijl eigenlijk de voordelen heel groot zijn, papier blijft trekken (met alle verlies, vergeten en kwijtgeraakt risico’s van dien).
De techniek laat ik hier dus achterwege, want inmiddels blijkt zeer regelmatig dat als docenten de techniek niet in de vingers hebben, zij leerlingen niet kunnen stimuleren en helpen en het dan een zachte dood sterft met als excuus :het is veel te moeilijk. Om in het Olympische zwembad te kunnen zwemmen moet je zwemles nemen en besluiten met welke slag je goede tijden wilt halen. Jammer is het ook voor docenten die wel meer ICT in het onderwijs willen inzetten, alleen red je het nooit, je zult het met meerdere team genoten in gang moeten zetten.
Hier gaat mijn lijfspreuk weer op: wat je van je leerlingen verwacht moet je op z’n minst van jezelf verwachten!
Veel collegae vinden dat ik al jaren een saai stokpaardje berijd, maar dat zegt meer over hen dan over mij. Reflecteren op je eigen activiteiten is niet iedereen gegeven, dat is in de wet BIO echter wel een van de kerncompetenties en dan zou een ontwikkelingsportfolio voor docenten geen gek instrument zijn.
Filed under: E-Competenties, Onderwijs en ICT



…het begint bij tonen van persoonlijke interesse door docent in de leerling…
De conclusie die we uit de pilot studie kunnen trekken is dat persoonlijke (reflectie)gesprekken tussen docent of loopbaanbegeleider en student cruciaal lijken te zijn voor loopbaanbegeleiding. Zonder het tonen van persoonlijke interesse door de docent in de leerling en persoonlijke gesprekken over de toekomst, waarderen leerlingen het portfolio en POP niet en worden deze instrumenten niet gebruikt voor de gewenste doeleinden.
http://www.esoe.nl/fileadmin/Esoe/ORD_2007/Abstract_ORD_Mittendorff_en_Jochems.doc
Portfolio is ‘maar’ een instrument (indicator voor loopbaangericht onderwijs)…het gaat uiteindelijk om de dialoog !! En daar moeten we dus in investeren, volgens mij.
Persoonlijk versus individueel portfolio als instrument bij loopbaanzelfsturing
Een portfolio wordt als het instrument gezien ter ondersteuning van de loopbaanzelfsturing van leerlingen. De ervaringen echter zijn dat een portfolio wel wordt ingezet, maar nog niet is ingebed in loopbaanbegeleiding. Een portfolio is vaak wel individueel (elke leerling heeft een eigen portfolio), maar is nog nauwelijks afgestemd op persoonlijke kwaliteiten en motieven van de leerlingen.
Kortom
Deze dilemma’s raken aan de kernpunten van loopbaanleren. Het gaat over het hoe, wat en waarom van loopbaanzelfsturing van leerlingen en het hoe en wat van een loopbaanleeromgeving op het niveau van onderwijsorganisatie, begeleiding en instrumentarium in interactie vanuit de drie actorperspectieven, te weten ‘de deelnemer’, ‘de school’ en ‘het bedrijf’. Interventies op dit gebied die hun effectiviteit in de projecten bewezen hebben, zouden als bouwstenen van een conceptueel kader en als indicatoren van loopbaanleren kunnen dienen.
Indicatoren van loopbaanleren
In de ‘barometer Imago Beroepsonderwijs’ zijn drie indicatoren voor loopbaangericht onderwijs geoperationaliseerd. Dit zijn indicatoren op het gebied van de leervorm, -inhoud en instrumenten:
1. Open programmering: als leerling de kans krijgen om te ontdekken wat het beroep inhoudt in de beroepspraktijk.
2. Forward mapping:
• als leerling aan eigen leerdoelen werken om vakbekwaam te worden,
• de voortgang van de leerling niet vergelijken met een standaardgemiddelde maar met de vorige prestatie die een leerling heeft geleverd.
3. Portfolio en POP als sturingsprincipe: Het gebruik van portfolio om de competentie¬ontwikkeling van de leerling te volgen en deze ontwikkeling via een POP te sturen.
Zowel in de kenniskring als vanuit ander onderzoek in mbo en vmbo, wordt duidelijk dat oriëntatie in het beroep, leerdoelen formuleren voor vakbekwaamheid en instrumenten als portfolio en POP niet voldoende is om leerlingen aan te zetten tot loopbaanontwikkeling. Zelfsturing in de loopbaan vraagt om het leren reflecteren op ervaringen in het beroep en om –aan de hand van de uitkomsten van de reflectie- het leren sturen op (nieuwe) acties in de beroepsituatie. Om dit te leren is de kwaliteit van het gesprek tussen begeleider en leerling cruciaal.
http://www.hetplatformberoepsonderwijs.nl/uploads/Eindverslag%20Kk%20loopbaanzelfsturing.doc